Kwaliteitsenquête hbo
Bureaucratie groeit, werkdruk neemt toe, genadezesjes komen voor
‘Het gaat om de interactie tussen studenten en docenten. De rest is bijzaak.’ Zo vat een van de deelnemers aan De kwaliteitsenquête hbo het kort en krachtig samen, als gevraagd wordt hoe het niveau omhoog kan. De remedie is volgens veel ondervraagden daarom simpel: meer uren college, meer uren werkgroepen, meer uren praktijklessen. De werkdruk ligt hoog en soms worden docenten onder druk gezet om een voldoende beoordeling te geven.
Hun werkplezier halen ze uit hun studenten, de bureaucratie groeit en het management staat op grote afstand van de werkelijkheid. Ruim vijfhonderd hbo-docenten geven hun hogeschool een rapportcijfer tussen de zes en zeven, zo blijkt uit de enquête over de kwaliteit van de hogescholen die de AOb samen met de NOS hield. Aanleiding voor de enquête was de kritiek van de afgelopen maanden op het niveau van hogescholen.
Docenten hoorden we daar nauwelijks over, terwijl zij dat onderwijs vormgeven. Kijken we naar de beoordeling, dan heeft één op de negen ooit wel eens een keer toegegeven aan de druk om een voldoende te geven. In die gevallen ging het soms om een ‘genadezesje’ zodat de student kon afstuderen en soms om druk vanuit het management. Maar over het algemeen hebben de docenten vertrouwen in de kwaliteit van de opleiding, vooral door hun eigen inspanning. ‘Docenten werken meestal met passie en bekwaamheid. Het management werkt kwaliteit echter tegen. De kwaliteit deugt vanwege de bovenmenselijke inzet van docenten.’
De hbo-docenten zijn in elk geval jaloers op basis en voortgezet onderwijs. Want daar ligt tenminste min of meer vast hoeveel docenten er per aantal leerlingen moet zijn. ‘Op een havo-school bepalen budgetten hoeveel fte er mogen zijn’, signaleert iemand. ‘Wij hebben maar 20 procent van het budget om het onderwijs echt uit te voeren’, klaagt een docent op een grote hogeschool, waar volgens hem geld over de balk gesmeten wordt, ‘maar niet aan onderwijs.’ Een ander constateert: ‘Er is een overhead van 50 procent, terwijl er voor contacttijd, nakijken, feedback, kortom het basale onderwijs structureel te weinig uren beschikbaar zijn.’
Docenten geven hun hogeschool en hun eigen faculteit/opleiding gemiddeld een 6,6. Dat is vergelijkbaar met andere onderwijssectoren in eerdere enquêtes. Leraren bij de sectoren landbouw en gezondheidszorg zijn het positiefst over hun opleiding. Een zes-minnetje (5,8) is er voor de Hogeschool Utrecht het hoogste cijfers is een 7,1 voor Saxion. In de open vragen geven docenten massaal aan een enorme kloof te ervaren tussen werkvloer en top. ‘De voorzitter van het college van bestuur ken ik alleen uit de actualiteitsprogramma’s’, constateert een docent van een grote hogeschool. ‘Men voelt zich dan ook meer verbonden met de eigen faculteit of opleiding dan met de hogeschool als geheel’, is een veel genoteerde opmerking. ‘De faculteit waar ik werk staat een beetje los van de hogeschool en dat is erg plezierig. ’ Het werkplezier wordt daar beleefd: ‘docenten hebben hart voor de zaak en goed contact met de studenten.’ lees verder
Bron: www.aob.nl, 5 mei 2012


